UA-33228378-1

De geschiedenis van de Golden Retriever.

Stacks Image 181
De voorouder van alle retrievers is de Lesser Newfoundlander. Deze hond werd vooral voor het waterwerk gebruikt. De afkomst van deze hond is niet helemaal duidelijk, hij komt ofwel uit Europa, ofwel uit Amerika. De nazaten van deze Lesser werden met Spaniels en met Setters gekruist. In elke streek ontstond zo zijn eigen spanielsoort, die  als allround jachthond werden  gebruikt. De Engelsen wilden echter voor iedere taak een gespecialiseerde hond. Een pointer om het wild aan te wijzen en een Spaniel om het wild op te halen. De jachtgeweren werden beter en de afstand tot het aangeschoten wild werd groter, er ontstond steeds meer een behoefte aan een hond met een goede neus, die ook nog kon apporteren, al dan niet over water. Men ging de Spaniels kruizen met vooral de Ierse Setter en de Bloedhond.
In 1865 kocht Lord Tweedmouth een gele Retriever, zijn ouders waren zwart. De hond werd Nous genoemd en kreeg een nestje met een  een leverkleurig langharige hond, met een krullerige vacht.
De Tweedwaterspaniel is inmiddels uitgestorven. De pups hadden een mooie goudgele kleur en vormden de basis voor de latere Golden Retriever. Ze noemden deze hondjes Yellow Retrievers.
Lord Tweedmouth kruiste deze honden met de Labrador Retriever, de Flatcoated Retriever, de Ierse Setter, de Tweed Waterspaniel en een drupje Bloedhond.
Zo ontstond uiteindelijk de Golden Retriever. Dit ras kreeg in 1913 zijn officiële erkenning,tot die tijd werden ze op show uitgebracht als Flatcoated Retrievers met een afwijkende kleur.
Stacks Image 177
Stacks Image 179

Lord Tweedmouth met zijn gele Retriever